A - D

Aardappellepel

De aardappellepel deed zijn intreden rond het jaar 1900.
Hij heeft een brede bak en kenmerkend voor deze lepel zijn de twee uitstulpingen aan de bak.
Even een tip voor het onderhoud? Aardappel kleeft gemeen vast aan de lepel, waardoor men vaak geneigd is de hulp van een schuursponsje in te roepen. Dit brengt echter onnodig veel krassen en slijtage met zich mee. Laat de lepel een tijdje weken in koud water. Gebruik daarna de zachte kant van een sponsje of gewoon een zachte afwasborstel om de lepel onder de koude kraan van het zetmeel te ontdoen. Was de lepel daarna op de gebruikelijke manier.
Gebruik eerst dus geen warm water. Dit doet het zetmeel nog verder stollen en u krijgt de lepel nog slechter schoon.

 

 

Accolade –vorm

Accolade is een bepaalde vorm van het uiteinde van de steel.
(zie foto)
Deze vorm komt voor vanaf het einde van de zeventiende eeuw
en is slecht enkele decennia gebruikt.

 

 

 

 

Advocaatlepeltje

Kleine theelepeltjes van ± 10cm lang bedoeld voor het nuttige van dikke likeur als advocaat. Hierdoor heeft het ookwel de naam advocaatlepeltje gekregen. De lepeltjes zijn voor het eerst in gebruik genomen rond 1800 n.Chr. In de laatste decennia is men de lepeltjes echter gaan gebruiken voor espresso en mocca waardoor het natuurlijk de naam "moccalepeltje" is gaan aannemen. Vooral met de komst van de Nespresso apparaten, de (semi) automatische koffiemachines voor thuisgebruik en ander moderne koffieproducten, zijn deze lepeltjes weer helemaal HOT.

 


Ag

Ag (=zilver) is de afkorting voor het scheikundig element in het periodiek systeem.
Het smeltpunt van zilver is 961,78 °C
Het kookpunt van zilver is 2162 °C

 

Ajour / ajourgezaagd

Ajour is een andere benaming voor sierlijk opengewerkt zilver.
Toegepast in strooilepels, theezeefjes, stelen van thee- of suikerlepeltjes etc.etc.
De techniek gebeurt aan de hand van boren, vijlen of zagen van het zilverwerk.

 

 

 

Allooi

Dit is de wettelijke verhouding zilver of goud vermengt met andere metalen.
Zo is het wettelijk vastgelegd dat het 2e gehalte zilver in Nederland 835 gram zilver en 165 gram koper (of ander metaal) moet bevatten (voor gehalte zie: Gehalte)

Alpacca

Alpacca is een legering van metalen (Koper-nikkel & zink).
Het doet vermoeden dat men met  zilver te maken heeft. Dit doordat het bijna hetzelfde oxideert als zilver en –gepoetst – een warme gloed heeft. Het heeft natuurlijk niets met zilver te maken en het werd daarom ook wel “arme luizilver" genoemd.
Alpacca wordt echter ook veel gebruikt als ondergrond voor verzilverd bestek, waardoor slijtageplekken minder snel opvallen.
Andere benamingen voor alpaca zijn: Argentaan, Berlijns zilver of Alfenide.

 

Amuselepel – schaaltje

Een amuse is een klein eetlustopwekkend hapje. De laatste jaren is dit hapje in veel restaurants zeer populair en wordt er veel aandacht aan besteed.
Ook voor de thuiskeuken is het leuk een origineel hapje neer te zetten. In de boekwinkels en op internet zijn dan ook een keur aan amuse-recepten te vinden.
Amuse worden geserveerd op een speciale lepel, of chiquer nog, op een klein schaaltje.

 

 

 

 

 
Angel

Lange pin, die aan één stuk vastzit aan het lemmet van een mes. Met de angel wordt het lemmet vastgezet in het heft. Hiervoor gebruikte men hars, lak, kit of lood. Vooral bij de oude messen wil het lemmet nog wel eens los laten doordat de vulstof niet bestemd is tegen heet afwaswater. Stop deze dus nooit in de vaatwasmachine


Apostellepeltjes

Apostellepels zijn al vele honderden jaren in gebruik en de afbeeldingen van de twaalf apostelen blijven populair bij edelsmeden.
Soms wordt er bij een set van 12 theelepels ook een suikerlepel toegevoegd met de afbeelding van Jezus Christus.
Ook komt men wel eens apostel-taartscheppen tegen.
Apostellepels worden van oudsher door peetouders geschonken aan petekinderen. Ook is het een traditioneel doopgeschenk.
De twaalf apostelen zijn aan verschillende voorwerpen te herkennen aan: (van links naar rechts)
Bartolomeus (met mes) – Judas (met knots/ doek met Jesus) – Johannes (met kelk en slang of draak/ pen / boek) –
Jacobus de Mindere  (met vollerstang of knots) – Jacobus de Meerdere (met veldfles/ pelgrimstaf/ zwaard hoed/ knapzak) –Philippus of  Filippus (met zwaard / klein formaat kruisstaf) –
Petrus (met sleutel/ haarkransje/ omgekeerd kruis) – Andreas (met andreaskruis) – Paulus (met zwaard) –
Simon (met zaag) – Thomas (met winkelhaak/ zwaard) – Mattheus (met bijl).

 
Argentium

Normaal gesproken bestaat een 1e gehalte zilver uit 92,5% zilver en 7,5% koper).
Argentium is ook een 1e gehalte zilver, maar dan vervaardigd uit 92,5% zilver en 7,5% germanium. Hierdoor oxideert het zilver transparant in plaats van de  bekende zwarte oxidatie.
Het komt niet veel voor, maar bestek gemaakt van Argentium is kostbaarder dan gewoon 1e gehalte zilver.

Art Deco

Art Deco is een stijlbeweging uit de jaren 1920 tot 1939 en werd toegepast in architectuur, kunst, industrie, grafische wereld, maar ook in bestek. Er zijn in die periode vele bestekmodellen uitgekomen met een typerende Art Deco stijl.

 

 

 

Art Nouveau

Ook in deze kunststroming, die van 1880 tot 1914 populair was in verschillende delen van Europa, is veel bestek versierd met een typerende Art nouveau stijlelementen. Het kenmerkt zich door de zwierige lijnen. Deze periode word ook wel Jugendstil genoemd.

 

Aspergeschep

 Platte schep voorzien van een opstaande rand en ajourgezaagd werk waardoor het aspergevocht kan uitlekken.

 

Baar

Een baar is een gegoten blok(je) puur zilver of goud
Ze zijn er in verschillende formaten en worden gebruikt als grondstof bij het edelsmeden als spaarmiddel. Er zijn ook verzamelaars van (kleine) baren.

 

 

Baardwijk 

Bekende Nederlandse familie van  zilversmeden sinds 1920.
De gebroeders Baardwijk richtte in 1957 de N.V. Zilver- staalwarenindustrie “Nieuwpoort” op.
Deze fabriek was  samen met Gero, Sola, Keltum & Amefa de bekendste bestekfabrikanten uit de Nederlandse geschiedenis.
Helaas is het bedrijf in 1986, na een inbraak, tot de grond toe afgebrand waarbij zoveel uniek gereedschap verloren is gegaan, dat een herstart niet meer mogelijk was.
Bron en doorverwijzing: 
http://baardwijkzilver.nl/

Been

Gemaakt van dierlijke botten, wordt al sinds de prehistorie door de mens gebruikt. Eerst als gereedschap, maar de laatste eeuwen wordt het in combinatie met zilver ook veel toegepast als heften van messen of stelen van andere bestekdelen.
Pas met deze poreuze voorwerpen op met (natuurlijke) kleurstoffen. Been neemt snel de kleur aan.
Tegenwoordig wordt het been vervangen door kunststof (al dan niet met een beenderen look).

Begeer

Eén van de bekendste Nederlandse edelsmeden.
De Utrechtse fabriek van Zilverwerken werd in 1866 overgenomen door Carel Joseph Begeer.
Deze Goudse zilversmid, uit een pijpenmakersfamilie, stierf echter op 39 jarige leeftijd en wordt opgevolgd door zijn jongere broer Anthonie Begeer. Zijn zoon Joseph Anton Begeer volgt hem in 1910 op als directeur van de fabriek.
In 1919 fuseerde het bedrijf met een andere zeer bekende Nederlandse zilversmid van Kempen en juweliershuis Jac. Vos.
Het bedrijf heet dan “Koninklijke Nederlandsche Edelmetaal Bedrijven Van Kempen, Begeer en Vos” en is gevestigd in Voorschoten.
In 1925 verlaat van Kempen het bedrijf, maar fuseert in 1960 toch weer tot de Koninklijke Van Kempen & Begeer.
De in Zoetermeer gevestigde fabriek is één van de meest bekende Nederlandse bestekfabrieken en heeft ook de naam Keltum onder zich.


Belasting

Al eeuwenlang wordt er belasting geheven op goud- en zilverwerken. Op 9 november 1797 werd het waarborgen en belasten van goud en zilver genationaliseerd in de wet Artikel 21: "Er zal een waarborgrecht geheven worden op alle soorten nieuw gemaakte gouden en zilveren werken. Dat recht zal zijn twintig Francs per hectogram goud en één Franc per hectogram zilver. (exclusief essaai- en toetsloon)". Er zijn diverse belastingtekens in omloop. Let op: deze tekens zijn geen keuren en geven dus niet het gehalte aan. De belastingtekens geven aan dat er voor het voorwerp belasting is betaald. Er zijn 4 soorten tekens: De lossingstekens, de tekens voor voorwerpen met een te laag zilvergehalte, merken voor oude voorwerpen en invoertekens. Aan de hand van deze tekens zijn slecht gekeurde voorwerpen alsnog enigszins te dateren. Voor nieuwe of gebruikte Nederlandse uitgevoerde voorwerpen werd teruggaaf verleend als aan alle exportformaliteiten werd voldaan. In het geval van teruggaaf werd een sleutel aan het gehalteteken geslagen.


Berlijns zilver

(Zie alpacca)

Biedermeier

Biedermeier is een stijlperiode in de 1e helft van de negentiende eeuw (ongeveer van 1815 tot 1848). Het was een reactie op de overladen empirestijl. Kenmerkend zijn de ronde vormen met versieringen als ribben, kabelranden, bloemen en dierfiguren. Voorwerpen met bloemen, vervaardigd na 1948, worden vaak ten onrechte als Biedermeier beschreven. In deze (financieel) mindere periode werd zilver vaak flinterdun gemaakt om te bezuinigen op de dure grondstof. De brede vormen straalden dan alsnog enige rijkdom uit.

Bijl

Belastingteken, gebruikt van 1857 tot 1927, waar veel onduidelijkheid over is ontstaan. De bijl werd afgeslagen op gouden en zilveren voorwerpen met keurtekens van vóór 1814. Door gebrek aan kennis werd het echter ook wel eens afgeslagen op voorwerpen met pseudokeuren. Ook onduidelijkheden in de wet zelf maakte het dat er geen vaste waarde aan dit belastingteken gehecht mag worden.


Binnenbak

Een aantal producten voor op tafel gaan niet helemaal goed samen met zilver. Denk hierbij aan zout, mosterd en zuren. De producten tasten het zilver aan en laten een diepe oxidatie achter of vreten zelfs het zilver aan. Om dit te voorkomen en toch zout en mosterd in zilver op tafel te kunnen zetten, maakte men een binnenbak in potjes, schaaltjes, etc. om het zilver te beschermen. De binnenbakjes worden vaak vervaardigd van blauw glas, maar ook emaille zien we vaak. Ook werd de binnenzijde nogal eens verguld tegen oxidatie. Een minder mooie, maar effectieve variant is koper of blik.






Bonbonmandje

Zilveren of verzilverde mandjes in vele vormen en maten (al komen we "schuitvormig" het meeste tegen), waarin bonbons aan de gasten worden gepresenteerd. Vaak zijn de mandjes ajourgezaagd. Omdat ze ook wel gebruikt werden voor kandij, bruidssuiker of amandelen, worden ze ook wel naar deze benamingen vernoemd.

Bonbonschaaltje
Schaaltje wat dient voor het presenteren van bonbons. De, vaak kostbare, schaaltjes worden vervaardig uit puur zilver, maar worden ook gemaakt van kristal met zilveren voetje. Beide kwamen alleen in welgestelde gezinnen voor.

 

 

 

 

 

 

 


Bonbonschepje of lepel

Dit schepje lijkt op een grote suikerschep en is er in veel verschillende modellen, al zijn deze schepjes niet rijkelijk in de handel geweest. Het verschil met een suikerlepel is dat de bonbonschep een plattere bak heeft waarmee de bonbon wordt opgeschept.


Bonbonvork

Vork met twee tanden om bonbons mee te prikken. Om er dan alsnog met de handen vanaf te blijven, zijn er ook bonbonschaaltjes voor één enkele bonbon vervaardigd.

Bonebakker

Bekende Amsterdamse zilversmedenfamilie (1792-1952)

Botermesje

Lijkt op een vismes, maar dan veel kleiner. Het mesje heeft een plat en breed lemmet waarmee de boter gemakkelijk gesmeerd kan worden.




Bouillonlepel

Kleine dinerlepel met een ronde in plaats van spitse bak. Door deze vorm kan soep, pottage, consummé of bouillon gemakkelijker worden genuttigd. De bouillonlepel is omstreeks 1930 geïntroduceerd in de bestekwereld.

Brandewijnlepel

Vaak sierlijke lepel voor het opdienen van rozijnen op brandewijn. Er wordt beweerd dat Friese gelegenheidslepels hiervoor dienst hebben gedaan.


Brijlepel

Zeer grote opscheplepel die lijkt op een gewone dinerlepel/ groentenlepel (maar dan veel groter). De lepel wordt gebruikt voor brij, stoofgerechten, ragouts en stamppotten. Deze lepel komt niet meer veel voor.

Broodmand

Zilveren mand met handvatten, ringen of andere hengsels. Door de grote hoeveelheid zilver zijn deze manden vaak omgesmolten door mensen die de zilverprijs niet konden weerstaan. Dit maakt de zeldzaamheid van dergelijke manden en dus ook de waarde hoger.

Broodmes

Groot mes met een gewoon heft, maar met een veel groter tandgezaagd lemmet.








Broodvork

Grote brede vork voorzien van brede tanden (vaak drie). De vork komt vaak voor zonder echte lange steel, waarbij de spiegel van de vork rijkelijk is versierd.
De vork is bedoeld voor het serveren van brood vanuit een schaal of mand.



Bruineerstaal

Gehard stalen gereedschap, om zilver te bruineren.



Bruineren/ Bruneren

Zeer effectieve manier van polijsten: Zilveren voorwerpen zijn vervaardigd uit een legering. Veelal een 1e, 2e of 3e gehalte zilverlegering (zie legering). Naast zilver bevat het voorwerp een zeer kleine hoeveelheid koper. Dit koper zorgt ervoor dat het zilver sneller oxideert en zwart wordt als het wordt blootgesteld aan de lucht. Om de koperdeeltjes aan het oppervlakte van het voorwerp uit de legering te verwijderen, past men de techniek "bruineren" toe. Tevens worden hierdoor krasjes verwijderd, gaat het voorwerp glanzen en blijft langer mooi. Voor deze techniek, die niet iedereen zomaar kan beoefenen, wordt zilver allereerst gegloeid boven een vlam. Hierna wordt het witgekookt in een zuur. Daarna word het voorwerp opgewreven met een bruneerstaal en zeep. Na een aantal keren dit proces te hebben herhaald, blijft er een dun laagje puur zilver op het voorwerp achter. Wilt u uw bestek laten bruineren, neem dan eens contact op met een zilversmid.


Cakeprikker

Vork met twee kleine tanden en één grote lange middelste tand. De vork wordt gebruikt voor het serveren van cake of soesjes. Er zijn ook grotere varianten op de markt waarmee taart wordt geserveerd. De cakeprikker deed zijn intreden rond 1900.






Cassette

Ook wel bestekcassette genoemde. Een kist met meerdere laden, waarin zich een complete bestekset bevindt. Vaak standaard voorzien van Dessertcouvert, Dinercouverts en opdienbestek als aardappel-, jus- saus- of groentelepel. Cassette zijn er in eenvoudige en zeer uitgebreide uitvoeringen, waarin bij de laatste alle soorten en maten couverts, opdienbestekken, klein schepwerk e.d. aanwezig zijn. Traditioneel werd een cassette vaak als huwelijksgeschenk cadeau gedaan. Niet zelden verdwijnen per ongeluk stukken uit de originele cassette. Oude, complete antieke cassettes, zijn dan ook veel geld waard. Vaak meer dan dat u alles los zou kopen. Dit komt omdat het bij elkaar zijn van de originele stukken, als pre wordt gezien.

Chris van der Hoef

Christiaan Johannes (Chris) van der Hoef is een bekend Nederlandse kunstenaar en vormgever. Chris was vooral geïnspireerd door de kunststroming "Jugendstil". Wat heeft van de Hoef met bestek te maken? Chris van der Hoef heeft vanaf 1923 een aantal bestekmodellen en voorwerpen ontworpen voor de bekende Nederlandse zilverwarenfabriek "Gero".  Chris ontwierp in de eerste instantie in Gerotin, maar later ook een klein aantal stukken in Gerozilver en nikkel. Chris van der Hoef stierf op 5 maart 1933. Zijn ontwerpen zijn ook na zijn dood geleidelijk in productie genomen. Gero-voorwerpen van Chris v.d. Hoef zijn geliefde objecten voor verzamelaars.



Citroen

Karel Citroen was van 1953 tot en met 1989 juwelier in Amsterdam. Karel Citroen kreeg echter bekendheid door de grondige onderzoeken die hij verrichte naar meestertekens. Citroen heeft enkele zeer waardevolle naslagwerken uitgebracht, waaronder "Valse zilvermerken in Nederland", "Amsterdamse zilversmeden en hun merken", "Haarlemse zilversmeden en hun merken", "Meesterwerken in zilver" en nog enkele andere boeken. De boeken van K.A. (Karel Adolf) Citroen zijn geliefd bij de verzamelaars van zilver en gaan voor grove prijzen over de toonbank.


Cocktailprikker

U kent natuurlijk de houten prikker wel. Deze prikkertjes konden natuurlijk bij een welgestelde familie niet op tafel staan om een cocktail hapje te presenteren. Daarom zijn er diverse modellen prikkertjes in zilver en verzilverde uitvoering vervaardigd. Soms enkel een prikker, maar niet zelden komen we deze prikkers tegen als klein vorkje met twee tandjes.

 

Compotelepel

 Lepel voor het serveren van een vruchtencompote (veelal appelcompote). Een compotelepel wordt ook wel een vlalepel genoemd.

 

Confiture

Chique woord voor jam. Omdat men vroeg het woord "jam" niet kende of gebruikte, worden lepels speciaal bedoeld voor jam vaak "confiturenlepel" genoemd.


Confiturebakje/ schaaltje

Laag bakje bedoeld voor het serveren van jam/ confiture of ingelegde vruchten.
 

Confiturelepel

Lepel bedoeld voor het opdienen van jam/ confiture of in suiker ingelegde vruchten. Erg zijn rechte modellen in omloop die vaak gebruikt werden in combinatie met lage confitureschaaltjes.
Maar er zijn ook modellen, met een wat diepere gebogen bak, om uit een pot of wekpot te kunnen scheppen. Deze lepels zijn dan vaak voorzien van een haakje waardoor de lepel op de rand van de pot kan blijven hangen zonder in de confiture te vallen.

 



Confiturevorkje


Klein vorkje wat lijkt op een gewone dinervork, maar dan veel kleiner.
Het vorkje werd bij de high society gebruikt voor het serveren van in suiker ingelegde vruchten bij de thee.
De vorkjes zijn te vinden tot diep in de achttiende eeuw.
Tegenwoordig zijn deze vorkjes echter uit de standaard bestekcassette verdwenen.

Conventiekeur

Keurteken wat gebruikt wordt ter controle van de zilverkeuring. Bezit een voorwerp dit teken en wordt het ingevoerd in een van de landen aangesloten bij de conventie van Wenen, dan hoeft dit voorwerp niet herkeurd te worden.

 

Corrosie

Aantasting van metalen door invloed van de omgeving. Zilver wordt ook aangetast door lucht. Het gaat niet roesten, maar kleurt zwart. Gelukkig is deze aanslag gemakkelijk te verwijderen door diverse poetsmiddelen. Als zilver al lange tijd niet gepoetst is, kan de aanslag enigszins wat hardnekkiger zijn. In dat geval is polijsten  een goede oplossing. Een prima middel om hardnekkige aanslag op een veilige manier te verwijderen is de as van sigaren. Een goede methode om uw zilver te weren tegen corrosie is uw bestek in een zacht (droge) doek en plastic zak, opgerold te bewaren. Bewaar uw zilver niet rechtstreeks op hout, het verkleurt dan sneller.

 

Couvert

Eetgerei bedoeld voor één persoon. Van oudsher bestaat een couvert uit een lepel en een vork. Het was in de 19e eeuw en daarvoor te doen gebruikelijk dat het vlees en andere grote stukken, van te voren (al dan niet aan tafel) werden getrancheerd (Gesneden) waarna het op bord verdween. Hierdoor is een mes nooit echt gemist. In rijke kringen had met wel een persoonlijk mes wat vaak aan tafel werd gebruikt. Toch kwam pas rond 1900 het dinermes op tafel en was het pas enkele tientallen jaren later de normaalste zaak van de wereld om met lepel, vork en mes te eten. Een standaard couvert is echter nog steeds 1 vork en 1 lepel. Couverts worden eigenlijk altijd per half dozijn (6) of per dozijn (12) verkocht. Naar de wens van de consument zijn er echt ook vaak 9 persoons couverts te koop.

Deken

Door het stadsbestuur gekozen functionaris die het zilvergilde bestuurde.

 

Derde gehalte zilver

Om zilver harder en bruikbaar te maken voor voorwerpen als bestek is een legering nodig. Het zilver wordt hiervoor vermengd met koper. In bijna alle landen van de wereld zijn hiervoor wetten gemaakt. Zilver mag pas zilver heten als het minimaal 800 gram puur zilver op 200 gram koper bevat. De mate van zilver wordt gehalte genoemd en in Nederland kennen we drie soorten gehalte: 1e gehalte (925 gr. zilver & 75 gr. koper), 2e gehalte (835 gr. zilver & 165 gr. koper) en 3e gehalte zilver (800 gram zilver op 200 gr. koper). In Nederland wordt het 3e gehalte zilver aangeduid door een liggende leeuw met het (Romeinse) cijfer 3 erbij.


Dessertlepel/ dessertvork

Couvert bedoeld voor het nuttigen van dessert. De lepel en vork zijn kleiner dan een dinercouvert en hebben een standaard afmeting van zo'n 18cm, al zijn er natuurlijk modellen met afwijkende maten. Tegenwoordig heeft een dessertvork vier tanden. Een oude dessertvork heeft er drie. Dessertbestek wordt vaak ook ingedekt bij het voorgerecht.

 

Dessertmes

Mes wat gebruikt wordt bij het dessert. Vooral als er gesneden moet worden bij desserts als gebak of andere hardere zaken. Een dessertmes heeft standaard een afmeting van zo'n 21,5cm en is daarmee altijd groter dan de dessertlepel en vork. Het dessertmes en vork worden vaak ook gedekt voor het nuttigen van het voorgerecht.

 

Dick Simonis

Dick Simonis was een belangrijk ontwerpen bij de Gerofabrieken in Zeist. Simones ontwierp voornamelijk edelstalen couverts en ander voorwerpen als theezeefjes e.d. Bekende modellen van Dick Simones zijn "Distinction (No.230)"  & "Evolution (No.248)"

Dienlepel

Lepel om vanuit een pas of schaal te serveren. Hierin zijn vele varianten, zoals een aardappellepel, groentenlepel, rijstlepel etc.

 

Djokja zilver

Zilveren voorwerpen van het Indonesische eiland Java, waarbij deze voorwerpen van oudsher werden vervaardigd in de stad "Yogyakarta". De voorwerpen zijn vaak uitbundig versierd met bloemen (meestal lotusbloemen), bladeren, ranken en andere versiersels. Het zilver is gedreven met een hamer en gezwart om de versiering beter tot zijn recht te laten komen. Een heikel punt is echter de keuring. In Djokazilveren voorwerpen wordt vaak het gehalte in cijfers ingeslagen, bijvoorbeeld 800 of 925, soms vergezeld met een eenvoudig meesterteken. Door de schrale controle die er echter op het zilverkeuren rust, namen veel zilversmeden het niet zo nauw met het legeren en voegde soms net iets meer koper aan de legering toe dan is toegestaan. Toch is er wel heel veel echt eerlijk Djokazilver in omloop wat bij vele verzamelaars erg geliefd is.


Dolfijn

Nederlands belastingteken met een afbeelding van een dolfijn. Dit merk is van 1856-1906 afgeslagen op binnenlandse stukken die niet aan de wettelijke eis van het zilvergehalte voldeden, maar waar wel belasting over was betaald. Na de afschaffing van het bijlteken, werd deze dolfijn ookwel op Nederlandse werken met oude keuren afgeslagen. Let op: Deze keuren komen ook wel eens op verzilverde voorwerpen voor. De dolfijn bestaat in twee varianten: Zonder driehoek (1859-1893) of in een driehoek (1893-1905)

Doublé

Onedelmetaal dat met goud geplateerd is. Tegenwoordig wordt elektrolytische vergulding ook doublé genoemd.

 
Drijven

Een zilversmid gebruikt een hamer met drevel en ponsen om grote stukken als schalen en potten te drijven. Bij deze techniek wordt door middel van kloppen en hameren een voorwerp in de juiste vorm gebracht. Bij Djokjazilver wordt deze techniek veelal toegepast.

Druivenschaar

Een druivenschaartje is gemaakt van zilver of pleet en wordt vaak voorzien van sierlijke ornamenten en druiventrosjes. Het is bedoeld om een druiventros aan tafel te verdelen in meerdere stukken. Het schaartje is voorzien van een scherpe een stompe kant, waardoor het niet geschikt is voor het knippen van bijvoorbeeld papier.


Druppelring

Ookwel druppelvanger genoemd. Het is een ring van zilver, verzilverd of ander materiaal, dat voorzien is van een vilten binnenkant. De ring wordt over de hals van een wijnfles geschoven om druppels na het schenken op te vangen. Op deze manier blijft het tafellaken bewaard van rode wijnvlekken.

dubbel-rondfilet
(zie rondfilet)